|
Deze
pagina's hebben niet ten doel alle door BoursOperator voorgestelde
modellen nader toe te lichten, maar een uitleg te geven bij de
grondbeginselen van de technische analyse.
Deze pagina's zullen regelmatig worden bijgewerkt.
CONTINUE
CURVE
STAAFDIAGRAM
VOORTSCHRIJDEND
GEMIDDELDE
OSCILLATOR
VAN VOORTSCHRIJDENDE GEMIDDELDEN
CHANNEL
BOLLINGER
TRENDMETING
RSI
VOLATILITEIT
STOCHASTIEK
RCI
MACD
POINT
AND FIGURE CHART
FFT
PARABOLISCHE
ANALYSE
STEUN
WEERSTAND MODEL
ACCUMULATIE
/ DISTRIBUTIE INDEX
JAPANSE
KANDELAAR
CONTINUE
CURVE
De continue
curve is de eenvoudigste grafische weergave. Zij wordt gebruikt
om slotkoersen onder elkaar in verband te brengen.
De steunlijnen
en de weerstandslijnen zijn gemakkelijk te herkennen.
Voorbeeld van continue curve
Bij de bestudering
van de grafiek kunnen zich vier gevallen voordoen:
- als de
koers met belangrijke volumes sterk opveert op de steunlijn
: koop of versterk uw positie
- als de
koers de weerstandslijn raakt en er niet in slaagt om deze lijn
te doorbreken :
verzwak uw positie
- als de
koers met belangrijke volumes de weerstandslijn doorbreekt
: koop
- als de
koers met belangrijke volumes de steunlijn doorbreekt
: verkoop.
De continue
curve is gemakkelijk te begrijpen, maar heeft een nadeel: zij
houdt geen rekening met extreme koersniveaus (hoogste en laagste
koersen) tijdens een beursdag).
Terugkomst
naar summier
STAAFDIAGRAM
Elke beursdag
wordt weergegeven door een verticale staaf, en de hoogte van de
staaf geeft de amplitude van de koersschommelingen tijdens de beursdag
weer. De linker lijn van de staaf geeft de openingskoers aan en
de rechter lijn van de staaf geeft de slotkoers aan.

Voorbeeld van bar-chart
Er mag nooit een gat (GAP in het Engels) zijn tussen
twee beursdagen.
Als zich een
GAP voordoet, zal er waarschijnlijk vroeger of later een
correctie worden toegepast om het gat te vullen.
Deze correctie
kan na enkele dagen, weken of maanden plaatsvinden.
Voorbeeld van de GAP
Terugkomst
naar summier
VOORTSCHRIJDEND
GEMIDDELDE
Elk voortschrijdend
gemiddelde wordt berekend aan de hand van de slotkoersen. Het gemiddelde
is van belang omdat het de stijgende en dalende cycli van het bestudeerde
effect duidelijk doet uitkomen.
Stratège
biedt u drie verschillende methodes om een voortschrijdend gemiddelde
te berekenen:
- Lineaire
methode : dit is de meest klassieke methode.
- Gewogen
methode : voor prognoses op korte en middellange termijn legt
deze methode een grotere nadruk op de recentste koersen.
- Exponentiële
methode : voor prognoses op zeer korte termijn.
U kunt Stratège32
opdracht geven de optimale frequentie te kiezen door bij het parametriseren
van uw voortschrijdend gemiddelde een vinkje te zetten bij de optie
AUTOMATISCH ZOEKEN.
Terugkomst
naar summier
OSCILLATOR
VAN VOORTSCHRIJDENDE GEMIDDELDEN
De oscillator
van voortschrijdende gemiddelden is de grafische weergave van het
verschil tussen twee voortschrijdende gemiddelden.
Terugkomst
naar summier
CHANNEL
Het Channel,
ook genoemd de Trading band, wordt berekend op basis van:
- een voortschrijdend
gemiddelde met een frequentie die representatief is voor de
stijgende en dalende cycli van het bestudeerde effect
- een spreidingspercentage
(meestal 15 tot 20%) dat op dit gemiddelde wordt toegepast.
Het Channel
wordt gevormd door een bovengrens (ook genoemd de verkooplimiet)
en een ondergrens (ook genoemd de aankooplimiet).
Zodra de koers
de bovengrens raakt, is het zaak het effect te verkopen. U koopt
het effect als de koers de ondergrens raakt.
Voorbeeld van CHANNEL
Opmerking
: om de stijgende en de dalende cycli van een fonds te herkennen,
raden wij u aan de functie AUTOMATISCH ZOEKEN van de optimale
frequentie te activeren.
Terugkomst
naar summier
BOLLINGER
De Bollinger
werkt volgens hetzelfde principe als het eerder genoemde Channel,
met een verschil: u behoeft geen spreidingspercentage in te voeren,
want de Bollinger maakt berekeningen op basis van een "aantal
keren de waarde van het voortschrijdend gemiddelde" (meestal
tweemaal).
De regels voor
het interpreteren van de Bollinger zijn dezelfde als die
voor het Channel.
Terugkomst
naar summier
TRENDMETING
De trendmeting
(het momentum) is gelijk aan het verschil tussen de slotkoers
van de dag en de slotkoers x dagen eerder.
Deze techniek
is interessant omdat zij een afwijking toont tussen het verloop
van de beurskoersen en dat van het momentum.
Voorbeeld van MOMENTUM met een afwijking
Het voorkomen
van een afwijking wijst namelijk op een waarschijnlijke ommekeer
van de tendens op korte termijn.
Terugkomst
naar summier
RSI
De RSI, een
veel gebruikte oscillator, schommelt binnen een bandbreedte van
0 tot 100%.
- Bij 0% wordt
het effect oversold (overmatig verkocht) genoemd.
- Bij 100%
overbought (overmatig aangekocht) genoemd wordt.
Over het algemeen
menen operators dat de aankoopzone van een effect tussen de 0 en
20% ligt, terwijl de verkoopzone van 80 tot 100% gaat.
Belangrijk
: een effect kan een RSI van 90% hebben en toch op de beurs
in waarde toenemen. Het tegengestelde komt even zo goed voor. In
feite betekent een RSI van 90% alleen dat men van mening is dat
het vanaf dit koersniveau gevaarlijk is om het effect te kopen.
Terugkomst
naar summier
VOLATILITEIT
De volatiliteit
heeft ten doel de mate van stijging of daling van een effect (dus
zijn koersgevoeligheid) te bepalen. Wisselvalligheid wordt uitgedrukt
in %.
Opmerking
: de volatiliteit wordt onder andere gebruikt om
de amplitude van een Channel of een Bollinger te bepalen.
Terugkomst
naar summier
STOCHASTIEK
Aan de hand
van stochastische methodes kan de positie van de slotkoers
worden weergegeven op een schaal van 0 tot 100% vergeleken met de
uiterste koersen tijdens de beursdag.
Terugkomst
naar summier
RCI
De RCI (relatieve
omslag-indicator) wordt gebruikt om te bepalen of een effect
vertraging (minder dan 100) heeft of vooruitloopt
(meer dan 100) ten opzichte van een indexcijfer.
Aan de hand
van de RCI kunt u "vertraagde" effecten lokaliseren om
alsnog van een stijgende trend te profiteren.
Terugkomst
naar summier
MACD
Het MACD-model
(kruising van exponentieel voortschrijdende gemiddelden, dat
wil zeggen koop- en verkoopsignalen) is gebaseerd op de berekening
en de kruising van drie voortschrijdende gemiddelden op 12, 26 en
9 dagen.
De MACD kan
op twee manieren worden weergegeven :
- De Trend/Trigger
line (kruising van twee krommen).
- De Oscillator
voortvloeiend uit het verschil tussen de Trend line en de Trigger
line.

Als de MACD de nullijn doorbreekt, wordt een signaal voor een ommekeer
van de tendens aangekondigd.
Terugkomst
naar summier
POINT
AND FIGURE CHART
De point and
figure chart, is een grafiek die wordt gebruikt om belangrijke koersbewegingen
weer te geven zonder de tijd in aanmerking te nemen.
Een point
and figure grafiek bestaat uit twee soorten vakken, genoemd
X en O.
- De X
geeft een stijgende tendens aan
- De O
een dalende tendens.
Deze vakken
worden vervolgens samengebracht in kolommen. Een point and figure
grafiek bestaat dus uit kolommen X's en kolommen O's.

De hier getoonde
figuur is een klassiek voorbeeld van accumulatie van te kopen effecten.
Het effect is onder begonnen en ontwikkelt zich via een horizontaal
kanaal.
Hoe langer het
kanaal, des te sterker is het stijgend potentieel.
Het stijgend
potentieel in vakken is gelijk aan het aantal kolommen van de figuur.
Terugkomst
naar summier
FFT
Met de FFT (Fast
Fourier Transform) of Snelle Fourier-Transform is het
mogelijk de kromme van een beurskoers om te rekenen tot een golflengte-afhankelijk
spectrum.
Deze methode
is interessant vanwege de twee grootste verkregen frequenties die
u kunt gebruiken bij het parametriseren van een voortschrijdend
gemiddelde.
De Fourier-Transform
heeft namelijk ten doel de meest representatieve stijgende en dalende
cycli te berekenen voor het koersverloop van het bestudeerde effect.
Terugkomst
naar summier
PARABOLISCHE
ANALYSE
De parabolische
analyse traceert "hoge" en "lage" parabolen
aan weerskanten van de koerslijn. De berekeningsmethode is gebaseerd
op de uiterste koersniveaus die tijdens de beursdag zijn bereikt.
- De "hoge"
parabool geeft alle mogelijke keerpunten naar een stijgende tendens
aan
- De "lage"
parabool, daarentegen, geeft alle keerpunten naar een dalende
tendens aan

Voolbeel van parabolische analyse
Terugkomst
naar summier
STEUN
WEERSTAND MODEL
Het STEUN WEERSTAND
model heeft ten doel een grafische weergave te presenteren van de
"psychologie van de markt".
De horizontale
orgelpijpen geven de verhandelde volumes aan, overeenkomend met
de vermelde koerslimieten (in het rechter deel van de grafiek).
Voorbeeld
:
- Binnen de
koerslimieten van 128 en 138 euro zijn 526.690 effecten verhandeld.
- Dus : hoe
langer de orgelpijp, des te groter het volume verhandelde effecten.
Interpretatie
:
- Gesteld dat
de beheerder van een aandelenportefeuille effecten van 100 euro
koopt. Als de koers stijgt tot 110 euro, gaat alles goed. Als
de koers echter daalt tot 90 euro, verliest hij 10 euro per effect
ten opzichte van de aankoopkoers.
- Als de beheerder
echter goede inlichtingen heeft over het fonds, zal hij zijn positie
versterken. Als hij daarentegen twijfelt, zal hij zijn aandelen
verkopen: waarom zou hij effecten behouden waarop hij verlies
lijdt?
- Deze orgelpijpen
geven informatie over de psychologische niveaus waarop handelaars
actie ondernomen hebben op de markt. Als de koers van een aandeel
gevaarlijk dicht bij de aankoopkoers komt, zullen zij geneigd
zijn te verkopen, en op die manier de koers beïnvloeden.
Terugkomst
naar summier
ACCUMULATIE/DISTRIBUTION
INDEX
Aan de hand
van de ACCUMULATIE/DISTRIBUTIE index kan men bepalen of een effect
herbelegd of uitgekeerd wordt, ongeacht de configuratie van de kromme
van beurskoersen.
De index kan
een stijgende of een dalende lijn tonen :
- Stijgende
lijn : het effect wordt gecumuleerd (herbelegd).
- Dalende
lijn : het effect wordt gedistribueerd (uitgekeerd).
Met dit model
is het mogelijk de kwaliteit van een tendens te beoordelen. In principe
wordt een effect gedistribueerd als de koers een dalende tendens
vertoont en gecumuleerd als de tendens stijgende is. Als deze regel
niet bevestigd wordt, betekent dit dat een of meer handelaren de
markt "bewerken" met het doel :
- Effecten
te verkopen zonder de tendens te beïnvloeden.
- Tegen gunstige
voorwaarden meer effecten van een fonds te kopen door andere bezitters
in paniek te brengen met koersdalingen zodat deze geneigd zullen
zijn te verkopen.
Door deze informatie
te controleren met andere beoordelingsmethodes, kunt u een aankoop-
of verkoopsignaal gemakkelijker onderkennen en bevestigen.
Opmerking
: Het kan gebeuren dat het saldo van gedistribueerde effecten
hoger is dan het saldo van gecumuleerde effecten. In dat geval kan
de ACCUMULATIE/DISTRIBUTIE index negatief worden.
Terugkomst
naar summier
JAPANSE
KANDELAAR
De Japanse kandelaar
geeft, net als het staafdiagram, op eenzelfde grafiek de openingskoersen,
de slotkoersen en de uitersten van een beursdag weer. Beide methodes
verschillen echter in de weergave van de positie van de slotkoers
ten opzichte van de openingskoers en de noodzaak te beschikken over
de openingskoersen (die eventueel vervangen kunnen worden
door de slotkoers van de vorige beursdag) en de slotkoersen
van de beursdag.
Voor de weergave
van een beursdag (een kaars) tekent men de "pit"
door de uiterste koersen van de beursdag met een verticale lijn
met elkaar te verbinden. De kaars zelf wordt gevormd door de openings-
en slotkoersen. De kaars wordt gekleurd als de slotkoers
lager is dan de openingskoers. In het tegengestelde geval wordt
de kaars wit gelaten.
Als de grafiek
getekend is, worden de aankoop- en verkoopsignalen beoordeeld aan
de hand van de vorm van de kaarsen.
Afbeelding
Nr 1: een lange gekleurde kaars
Een gekleurde
kaars betekent dat de slotkoers lager is dan de openingskoers. Hoe
langer de kaars, des te sterker is de koers gedaald. Het fonds is
dus à la baisse of "teleurstellend"; men zegt dat
het effect een "teleurstellend gedrag" vertoont als zijn
koers aan het begin van de beursdag een stijgende tendens toont
maar deze stijgende lijn niet weet te handhaven.
Afbeelding
Nr 2: een lange witte kaars
De kaars is
wit als (en alleen in dat geval) de slotkoers hoger is dan
de openingskoers. Men noemt dat een effect met een haussegedrag.
Afbeelding
Nr 3: de hamer en de gehangene
Een hamer of
een gehangene wordt aangegeven door een kleine kaars met een lange
pit. De hamer en de gehangene kondigen een ommekeer van de tendens
aan na een belangrijke stijging (of daling).
Afbeelding
Nr 4: de DOJI
De DOJI wordt
aangegeven door een vrij korte kaars (de slotkoers is bijna gelijk
aan de openingskoers) voor een betrekkelijk lange pit. Een DOJI
wijst op besluiteloosheid van de handelaars.
Afbeelding
Nr 5: donkere wolken
Twee kaarsen
volgen elkaar. De eerste is wit (dus à la hausse);
hij is lager dan de tweede, die gekleurd is. Het effect toont een
stijgende lijn ten opzichte van de vorige beursdag, maar de handelaars
verkopen. De stijgende tendens houdt dus niet stand. Deze ontwikkeling
wijst op een waarschijnlijke ommekeer van de tendens (naar daling).
Afbeelding
Nr 6: zwarte driehoek
Twee kaarsen
volgen elkaar. De eerste is kort en wit. De tweede, gekleurd, is
langer. De wisselvalligheid van het effect neemt dus toe (koersgevoeligheid),
maar de verkoopdruk lijkt betrekkelijk groot: de openingskoers is
hoger dan de slotkoers van de vorige beursdag, maar de nieuwe slotkoers
is lager. Een zwarte driehoek wijst in principe op een komende daling.
Afbeelding
Nr 7: witte wolken
Twee kaarsen
volgen elkaar. De eerste, gekleurd, is hoger dan de tweede die wit
is. Deze ontwikkeling wijst op een tempoverlies van de dalende tendens
en op een mogelijke opleving van de koersen.
Afbeelding
Nr 8: witte driehoek
Twee kaarsen
volgen elkaar. De eerste is kort en gekleurd. De tweede is wit en
langer. De wisselvalligheid van het effect neemt dus toe, maar de
aankoopdruk lijkt betrekkelijk groot: de openingskoers is lager
dan de slotkoers van de vorige beursdag, maar de nieuwe slotkoers
is hoger, onder invloed van de aankoopdruk. Een witte driehoek wijst
in principe op een komende stijging.
Afbeelding
Nr 9: ochtend-sterrenbeeld
Een ochtend-sterrenbeeld
wordt gevormd door drie kaarsen. De eerste kaars is gekleurd en
betrekkelijk hoog; hij wordt gevolgd door een witte, hogere kaars
en door een tweede witte, opnieuw hogere kaars. Deze ontwikkeling
wordt gezien als het teken van een ommekeer naar een stijgende tendens.
Afbeelding
Nr 10: avond-sterrenbeeld
Een avond-sterrenbeeld
wordt gevormd door drie kaarsen. De eerste kaars is wit en betrekkelijk
laag; hij wordt gevolgd door een hoge witte kaars en daarna door
een gekleurde kaars, lager dan de vorige. Deze ontwikkeling wordt
gezien als het teken van een dalende tendens.
Terugkomst
naar summier
|